FEEST OP HET DAK

Meer dan 150 jaar lang gonsde het onderaan van de activiteit, vandaag fungeert de brouwzaal als stille getuige van het verleden en nemen de bovenste verdiepingen het over. Bewoners Max en Carine vielen voor de geschiedenis, het karakter, maar vooral voor het dak van de brouwerij. 

Een voormalige brouwerij als pied-àterre, dat was niet bepaald het plan. Carine en haar man Max zochten een appartement, eventueel een woning als tweede verblijf. Een rijksmonument behoorde niet tot de opties en al zeker geen grote verbouwing. Carine: “Maar dan sta je ongepland toch op het dak van die enorme bakstenen toren, bij valavond dan nog, en kun je geen woord meer uitbrengen. Nochtans kenden mijn man en ik het gebouw heel goed. De toren van brouwerij De Ridder domineert het stadsbeeld van Maastricht al een eeuwigheid, de brouwerij zelf bleef actief tot 2002. Pas wanneer je op die toren staat, besef je wat een monument het is. Bovendien word je er getrakteerd op zo’n uitzonderlijk zicht op de stad en op zowat heel Zuid-Limburg. Daar raak je niet op uitgekeken.” Ook architect Bart Lens van Lens°Ass Architecten, die eerder al een woning voor het koppel ontwierp en hen vergezelde in hun zoektocht naar een tweede verblijf, raakte niet uitgekeken. Bart:
“Zo’n project is exact de reden waarom ik ooit architect wilde worden.”
STILLE GETUIGEN
De historische site omvat verschillende gebouwen die de voorbije jaren gerenoveerd werden tot onder andere woningen en appartementen, het kroonstuk
– de brouwerstoren – ontbrak nog. Niet door een gebrek aan kandidaten, wel door een gebrek aan toestemming. Carine: “Het was een echt hoofdpijndossier.
De stad wilde uiteraard dat de geschiedenis van het gebouw gerespecteerd werd, en eerdere, al te ingrijpende voorstellen werden telkens weer afgeketst.” Het dossier dat Lens°Ass Architecten samenstelde, raakte echter vlot door de stedelijke overlegcommissie. Bart: “De geschiedenis van het gebouw is al geschreven, aan ons om die met respect verder te schrijven. Daarom behielden we alle nog aanwezige industriële relicten als stille, of soms functionele getuigen van het verleden.” Zo doet de kraan van de silo’s nu dienst als douchekop en herinnert een oude motor in de slaapkamer aan het brouwproces. Leidingen en buizen zitten amper verstopt, ook de stalen ramen werden minutieus hersteld. De nieuwe ingrepen zijn zichtbaar eigentijds en bleven beperkt tot twee: een groot panoramisch raam zorgt voor licht en zicht in de leefruimte, daarnaast was er nood aan een lift die je naar het dakterras
brengt. Deze industriële lift is ontdaan van elke opsmuk. “Het is geen lift
om in de winter in je pyjama te nemen”, lacht Bart. “Het geperforeerde staal laat
de wind door en zorgt zo voor contact met de omgeving, waardoor je net heel bewust naar boven beweegt.” Voor de indeling van de woontoren werd
uitgegaan van een omgekeerd huis met bovenaan het dakterras met bar, de verdieping eronder de leefruimte met zithoek en keuken, en vervolgens de masterbedroom met badkamer en een gastenverblijf op de eerste en tweede verdieping. De oude brouwzaal op de gelijkvloerse verdieping werd volledig bewaard. Hier wordt dan wel geen bier meer gebrouwen, er worden wel nog pintjes geschonken tijdens een feestje nu en dan. Rond een van de koperen ketels kwam een zwevend tablet, waardoor die als bar fungeert. De ketel zelf kun je openschuiven en vullen met ijs waardoor de drank fris blijft.

LAAGJE DONS
Geen mooiere link met de brouwzaal dan de warme koper-groene mix. Dit kleurenduo wordt op elke verdieping subtiel aangehaald en blaast zo de overwegend grijze ruimten warmte in. De koperen leidingen en het kraanwerk, de keramische tegels in de badkamers, de groene binnenkant van de badkamerkasten en zelfs de tinten van sommige kunstwerken verwijzen naar de brouwerszaal. Nog thema’s die terugkeren op elke verdieping: geperforeerd staal en mat geborsteld aluminium. Bart: “Als je aluminium schuurt, wordt dat zacht, alsof er een laagje dons op komt. Het is de techniek waarvoor Maarten Van Severen bekendstond. Per toeval kwam ik in contact met de vakman die dat al die jaren voor Van Severen deed. De man begeleidde ons bij het behandelen van wastafels, keukenblok en dressingkasten.”
Geen erfgoed zonder uitdagingen. Want hoe vorm je bijvoorbeeld een silo met een
beperkte oppervlakte en een gebrek aan ramen om tot gezellige logeerkamers?
Bart Lens: “Dom Hans van der Laan, de Nederlandse benedictijner en architect,
ontwierp in Vaals, vlak bij Maastricht, Abdij Sint-Benedictusberg. De ultieme lichtinval die hij daar bereikte, inspireerde me voor deze ruimten. De afwezigheid van ramen compenseerden we met een principe uit de houten scheepvaart: de  patrijsdoorgangen brengen via spiegelende cilinderbuizen van inox dag- en
zonlicht naar binnen en projecteren zo magische lichtcirkels op de wanden.”

JACUZZI MET UITZICHT
De meeste werkuren kropen in de bar op het dakterras. Die werd wekenlang
met vier man gehouwen uit een voormalig waterbassin dat een dikke laag beton
bleek te bevatten, bovendien stootte men ook nog eens op een grote hoeveelheid
duivenkadavers. Carine: “Het heeft de werken ontzettend vertraagd en het budget
verhoogd, maar het dakterras blijft onze meest geliefde plek en dus was het
dat echt wel waard. De eindeloze zomeravonden met vrienden en familie, de
gezellige herfstdagen onder een dekentje, het vuurwerk dat met oudjaar langs alle
kanten voor spektakel zorgt, en dan altijd weer die magische zonsondergangen…
Mijn man, en vooral onze zoon, dromen nog van één ding: een jacuzzi met zicht
over Maastricht. Dat staat nog ter discussie, maar wie weet, ooit.”

Other projects